Doe de stress-test

Stress en burn-out zijn verraderlijk. Meestal merken we zelf niet dat we op weg zijn naar een burn-out. We willen zelf vaak niet onderkennen dat we last hebben van stress. Vaak denken we dat als we nog even doorzetten, de ergste drukte voorbij zal zijn en er weer betere tijden aankomen. In feite maken we het hiermee nog erger: in plaats van rustiger aan te doen en passende maatregelen te nemen gaan we harder werken met nog meer kans burn-out te raken.

Soms wijst je omgeving erop dat je op weg bent naar een burn-out. En meestal nemen we dit niet serieus. Je denkt bijvoorbeeld dat je er door korter werken of een vakantie weer boven op komt. Maar dit werkt niet. Waar het om gaat is dat je gaat oplossen wat bij jou de stress veroorzaakt! Dus echte maatregelen in plaats van lapmiddelen. Want anders blijft het risico om in de gevaarlijke zone van burn-out te komen.

Als u wilt weten welke risico’s u loopt, doe dan deze test. De vragenlijst is opgezet door dr. Beverly Potter en vertaald door Carien Karsten. Het geeft een indicatie van het risico op burnout. Let op: de test geeft een indicatie en kan niet gebruikt worden voor het stellen van de diagnose burn-out!

Mocht uit de test blijken dat u risico’s loopt om burn-out te raken dan kunt u contact met mij opnemen of met een ander lid van de beroepsvereniging van stressconsultants.

Aanwijzing:
Neem de afgelopen 6 maanden in gedachten. Denk daarbij aan uw werk en uw privé-leven. Lees de volgende uitspraken door en geef aan hoe vaak het symptoom op u van toepassing is.

Behalve uzelf ziet niemand anders wat uw antwoorden zijn en wat uw score is.

Ik voel me moe, ook als ik voldoende slaap heb gehad.

Ik ben ontevreden met mijn werk.

Ik voel me bedroefd zonder dat daar echt een reden voor is.

Ik ben vergeetachtig.

Ik ben geïrriteerd en val uit tegen mensen.

Ik vermijd mensen op het werk en in mijn privé-leven.

Ik heb slaapproblemen.

Ik ben vaker ziek dan vroeger.

Mijn houding ten opzichte van mijn werk is: Waar zou ik me druk om maken? Ik sta er wat onverschillig tegenover.

Ik raak vaker betrokken in conflicten.

Het werk lijdt hieronder.

Ik gebruik meer alcohol, drugs of medicijnen.

Met ander mensen communiceren is een bron van spanning.

Ik kan me niet meer concentreren op mijn werk zoals voorheen.

Het werk verveelt me.

Ik werk hard, maar bereik weinig.

Ik voel me gefrustreerd in mijn werk.

Ik zie er tegenop naar mijn werk te gaan.

Sociale activiteiten putten me uit.

Seks vraagt te veel energie.

In mijn vrije tijd kijk ik voornamelijk TV.

Ik heb weinig om me op te verheugen in mijn werk.

Ik pieker over het werk in mijn vrije tijd.

Mijn gevoelens over mijn werk laten mij thuis niet los.

Mijn werk lijkt zinloos.